
Stel je het leven eens voor als een lange wandeling door een landschap dat voortdurend verandert. Soms loop je over een droog, vlak pad met de wind in de rug, en soms zak je tot je enkels in de modder op een steil bospad.
De meesten van ons lopen die tocht met een onzichtbare stopwatch in de hand. We kijken naar de horizon en denken: ‘Ik had allang dáár moeten zijn. Waarom loop ik zo traag? Waarom hebben die anderen nog zulke schone wandelschoenen en lijken zij geen last te hebben van de heuvels?’
Wandelen in de modder
Maar kijk eens objectief naar een willekeurige wandelaar in het bos. Als die in de modder stapt, zeggen we niet: ‘Wat een prutser, die kan echt niet wandelen.’ We zeggen: ‘Goh, wat een drassig pad, logisch dat het even wat moeizamer gaat.’ De modder is geen falen.
De modder in je leven
In het echte leven vertaalt die ‘modder’ zich naar de dagen waarop je moe opstaat, dat je hoofd vol watten zit, of dat een project op je werk maar niet van de grond komt. Je innerlijke criticus noemt dat dan al gauw tekortschieten. Je vindt dat je harder moet trekken, sneller moet gaan, je achterstand moet inhalen.
Een drassig pad
Waarom zijn we voor die willekeurige wandelaar zo mild, maar voor onszelf zo streng? Een moeilijke fase in je leven, of dat nou een burn-out is, een periode van rouw of simpelweg een week waarin er niets uit je handen komt, betekent niet dat je de weg kwijt bent. Het is gewoon een drassig stuk op je route. Het hoort bij het terrein, het is geen persoonlijk falen.
Rusten op een boomstam
In de realiteit glijdt iedereen wel eens uit in de modder, raakt iedereen de weg af en toe kwijt en beleven we allemaal momenten waarop we even op een boomstam moeten gaan zitten omdat onze benen niet meer verder willen. Dat is geen tijdverspilling en je loopt hiermee geen achterstand op. Het is een essentieel onderdeel van de tocht.
Je bent er al
We denken vaak dat we pas ‘geslaagd’ zijn als we bovenop de berg staan, met de perfecte relatie, de ideale baan en een opgeruimd hoofd. Maar de grap van het leven is: er is geen finishlijn. Er staat geen jury bij de uitgang van het bos om je een cijfer te geven voor je techniek of je snelheid. Je hoeft niets in te halen, want er is niemand om tegen te racen. Je bent niet te laat, want er is geen voorgeschreven aankomsttijd.
Je doet het al
De modder aan je broek, de blaren op je voeten, de momenten waarop je even stilstaat om je veters te strikken: dat is geen hindernisbaan voorafgaand aan het echte werk. Dat is het echte werk. Je doet het al. En je doet het precies goed, stap voor stap, in een tempo dat op dit moment bij jou past.
Ja echt, je doet het precies goed
Dit mag je onthouden: het leven is geen wedstrijd naar een belangrijk eindpunt. Het leven is de wandeling zelf. Je bent niet te laat, je bent niet te traag, je doet het niet fout, het hoeft niet beter… Je bent gewoon aan het wandelen. En dat doe je precies goed, inclusief de momenten waarop je even stilstaat.
