
Stel je het leven eens voor als een lange wandeling door een landschap dat voortdurend verandert. Soms loop je over een droog, vlak pad met de wind in de rug, en soms zak je tot je enkels in de modder op een steil bospad.
De meesten van ons lopen die tocht met een onzichtbare stopwatch in de hand. We kijken naar de horizon en denken: ‘Ik had allang dáár moeten zijn. Waarom loop ik zo traag? Waarom hebben die anderen nog zulke schone wandelschoenen en lijken zij geen last te hebben van de heuvels?’
Wandelen in de modder
Maar kijk eens objectief naar een willekeurige wandelaar in het bos. Als die in de modder stapt, zeggen we niet: ‘Wat een prutser, die kan echt niet wandelen.’ We zeggen: ‘Goh, wat een drassig pad, logisch dat het even wat moeizamer gaat.’ De modder is geen falen.



