
Stel je voor: je stoot keihard je teen tegen de rand van het bed. De tranen springen in je ogen. Zodra de ergste pijn wat begint weg te ebben, besluit je uit frustratie om met diezelfde pijnlijke teen nóg een keer expres tegen dat bed te trappen.
Dat klinkt onlogisch, toch? Dat zou je nooit doen. En toch is dit precies wat we onszelf, emotioneel gezien, bijna dagelijks aandoen. We geven onszelf die tweede trap na, zonder dat we het doorhebben.
De eerste klap
Afgelopen maandag overkwam het mij. Tijdens het inruimen van de vaatwasser brak de mok die ik 30 jaar geleden van mijn oma kreeg. Mijn oma leeft allang niet meer en die mok was een van de laatste tastbare herinneringen aan haar. Zodra ik de scherven zag, voelde ik een scherpe scheut van verlies. Dat was de eerste klap: de pijn die onvermijdelijk meekwam met de situatie.
De tweede klap
Maar direct daarna nam mijn hoofd het over. Ik vertelde mezelf een verhaal over de dood, over alle dierbaren die ik mis, over hoe alles van waarde kapotgaat en over hoe snel de tijd gaat. Voor ik het wist, zat ik middenin een donkere wolk van melancholie en oud verdriet.
Dat verhaal was de tweede klap. Het was de extra schop tegen de toch al pijnlijke teen. En die tweede klap? Die was een stuk onaangenamer en hield veel langer aan dan de aanvankelijke schrik om de kapotte mok.
Twee soorten pijn
We hebben vaak het idee dat pijn ons overkomt. Maar als je goed kijkt, zie je dat er twee soorten zijn: de onvermijdelijke pijn (de mok breekt, je krijgt kritiek, een plan mislukt) en de optionele pijn (het verhaal dat jij er vervolgens in gedachten over vertelt).
De eerste pijn overkomt je inderdaad. Maar de tweede pijn? Die creëer je zelf door de gedachten die je kiest en vervolgens gelooft. En dat is eigenlijk best goed nieuws, want juist omdat je die pijn zelf veroorzaakt, heb je ook de keuze om die pijn niet te creëren. Je hebt de vrijheid om te zeggen: ‘Dit doet nu even zeer, maar ik ga mezelf niet ook nog een trap na geven.’
Wat kies jij?
Je hoeft het verhaal niet moeilijker te maken dan het is. Je hoeft de pijn niet te verlengen met piekergedachten. Omstandigheden heb je niet altijd in de hand, maar jouw eigen reactie op die omstandigheden wel. Je hebt overal en altijd de vrijheid om te kiezen voor gedachten die geen pijn doen.
Niet-schoppen
De kunst is om de eerste pijn te herkennen en daar te stoppen. Krijg je een vervelend appje? Erken dat het je raakt, maar ga niet urenlang in je hoofd in discussie met de afzender. Raak je iets kwijt? Baal ervan, maar maak er geen symbool van voor alles wat er misgaat in je leven.
Erken de pijn: Wees er even bij met je volle aandacht.
Pauzeer de vertelling: Merk op wanneer je hoofd begint te malen over gisteren, morgen of misschien.
Stop met schoppen: Maak van een pijnlijke teen geen gebroken been.
Beoefen op deze manier de kunst van het niet-schoppen, daar word je een blijer en gezonder mens van.
Wil je hiermee concreet aan de slag?
In mijn boek Laat mij maar gewoon gelukkig zijn staan 25 spellen die je helpen om dit mechanisme bij jezelf te herkennen. Via deze link kun je alvast de eerste hoofdstukken van het boek gratis lezen.
